Met z’n drieën bouwden ze een toren van blokken. Een toren zo hoog dat Lê, een jongen met een handicap aan de benen, ging staan om de laatste blokken boven op de toren te plaatsen. Onder aan de toren gaf Nguyên met zijn misvormde handjes de blokken aan, en vulde hij onder in de toren de gaten op. Hij is geboren met een open rug en niet groter dan een meter. Zijn ledenmaten zijn niet of nauwelijks ontwikkelt. Lopen kan hij niet, maar als een heuze ninja beweegt hij zich voort over de grond. Een doorzettingsvermogen hebben ze allemaal, ondanks de achterstand waarmee ze van start zijn gegaan. Tijdens het bouwen vloog er zo nu en dan een bal of shuttle tegen de toren aan en stortte hij in, de blokken werden dan weer opgeraapt en begonnen ze gewoon opnieuw.
Zo kleurrijk en voorzienend dat het gebouw er van de buitenkant uit ziet, zo triest is het binnen. Er is geen speelgoed op de vaste speeltoestellen buiten na. Speelgoed verdwijnt en wordt verkocht als we het daar zouden laten staan.
Het weeshuis bestaat uit vier afdelingen. De baby-, kinder-, vrouwen- en de mannenruimte. Veel van hen zijn gehandicapt, sommige behoren nog tot de vierde generatie agent orange slachtoffers voortkomend uit de Vietnam oorlog.
Toen ik dit weekend het war museum bezocht in Saigon, was het confronterend om te zien in hoeverre de kinderen op de foto’s leken op de kinderen uit het weeshuis.

Geen zwitsalbaby’s – Als we naar de baby-afdeling lopen, ruikt het naar zure babymelk en noodles. De geur van de Nederlandse zwitsalbaby is ver te zoeken. De baby’s verblijven in twee ruimtes die in elkaar overlopen. Ik schat een ruimte van ongeveer 25 vierkante meter. 25 vierkante meter gevuld met 30 baby’s en drie verzorgers. 
De baby’s worden over het algemeen goed verzorgd. Ze krijgen eten, ze hebben een bed om in te slapen en ze zien er vrij schoon uit. Maar huilen voor aandacht, hoeven ze niet te proberen. Als de baby huilt volgt de volgende check: Fles ✔️, luier schoon ✔️. De baby huilt in dit geval om ‘niks’ en er volgt een pittige snerp van de verzorger.
Ik pakte een klein manneke op, hij was bezweet en warm. Hij klemde zijn beentjes vast in mijn zij en legde z’n koppie op mijn schouder, als een klein aapje. Duidelijk verhoging en koortsig, dacht ik. Ik probeerde hem de fles te geven, maar bij elke poging weigerde hij steevast. Na een tijd legde ik hem terug in zijn bedje, en liep ik door naar een andere wieg. Misschien later even proberen. De verzorger liep na een poos langs zijn bed en zag dat hij nog niet gedronken had. Ook bij haar weigerde hij toen ze de fles probeerde te geven. Maar no mercy bij de verzorging hier. Ze duwde de fles in zijn mond en duwde zijn neus ietwat dicht. Hij zou en moest drinken.
‘Je moeder wacht op je in Can Tho’ – Een knap kind, sociaal en pienter. Ik schat hem een jaar of 8. ‘Je moeder wacht op je in Can Tho’ zou zijn vader ongeveer een jaar geleden tegen hem hebben gezegd toen ze op het busstation in Ho Chi Minh City stonden. Alleen stapte hij in de bus op weg naar zijn moeder. Na een busreis van vier uur zou hij alleen zijn aangekomen en kon hij zijn moeder niet vinden. Zijn moeder was er niet. De politie zou hem niet veel later hebben gevonden en hem naar het weeshuis hebben gebracht. Zijn ouders zijn nooit meer naar Can Tho gekomen.
Zo enthousiast en met plezier elk van hen speelt met het speelgoed wat we die middag meebrengen, zo triest is het verhaal dat ieder van hen met zich meedraagt.
Er zijn niet veel voorzieningen in het weeshuis, maar de kinderen worden verzorgd en hebben een duidelijk ritme en heldere regels. Zoals er geen zwitsalbaby’s zijn, zo bevinden zich er ook geen prinsjes en prinsesjes onder de kinderen. Ze zijn dankbaar met wat ze hebben. Met het sponsorgeld van Eva gingen we vandaag met de groep naar de pagoda. Ze waren zo lief en wat genoten ze. ‘Dankjewel, ik vind vandaag heel leuk!’ Iets anders dan de welbekende vraag: ‘Mag ik een ijsje?’

Het was fijn om te horen dat er vorig jaar nog vier kinderen zijn geadopteerd en dat zij naar school kunnen gaan. Veel van de gezonde kinderen die in het weeshuis zitten mogen niet naar school. De straten zouden er veel te aantrekkelijk door worden en ze zouden weg kunnen lopen. ‘It’s dangerous outside‘. De vrijheid zou te erg lonken.
Hoewel ik het ergens nog lastig vind om te begrijpen dat ze niet naar school kunnen, geeft het mij ergens toch rust dat ze hier ‘veilig’ zijn en niet lootjes te hoeven verkopen op straat.
Terug in de tijd – Op de vrouwen- en de mannenafdeling liggen enkel en alleen zwaar gehandicapte mensen. De leeftijd kan verschillen tussen de 8 en 30 jaar (schat ik). Daar waar je nog zo lekker kunt kroelen met de babies en kan keten met kinderen, zo weinig kan je op deze afdeling. Ze liggen hier de hele dag op bed of op de grond. De verzorging is ook minder in vergelijking met de andere twee afdelingen. Het stinkt er enorm, met name op de mannenafdeling. Het afdelingshoofd van de mannenafdeling is zelf niet helemaal 100. Ik schrik vaak van de taferelen die je op deze afdeling ziet gebeuren. Als de mannen lastig zijn worden ze vastgebonden en als de vrouwen gevoerd moeten worden, liggen ze naast elkaar op de grond en wordt het eten naar binnen geduwd. Het is keihard.

Je staat erbij en je kijkt erna. Daar waar ik toch de neiging voelde om tegen de verzorger van de mannenafdeling te zeggen: ‘goh, je hoeft een kind niet perse aan een paal vast te binden’, doe je het toch niet. Het zou respectloos zijn tegenover de verzorging. Het is hun cultuur en ze lopen een aantal hoofdstukken achter in de ontwikkeling. Het is nog niet zo lang geleden dat er in Nederland mensen werden vastgebonden. En laten we wel wezen uiteindelijk voorkomen deze mensen toch dat de kinderen niet eindigen in de goot en zorgen ze elke dag weer dat ze eten krijgen.
Het enige wat ik kan doen is even met ze lopen (oefenen in het lopen), knuffelen, even kietelen of een simpele aai over de bol. Het is alleen voor die lach en een beetje meer aandacht op een dag. En voor mijzelf is het ook een enorme wake-up call: ‘Want wat ben ik met een zilveren lepel in m’n mond geboren’.



Hoi Elke, heb bovenstaande met interesse gelezen. Een cultuurshock. Je word je bewust van hoe goed we het in nederland hebben. Goed van je dat je hier aan het werk bent, met kleine dingen breng je al veel goeds hier, zo te lezen. Veel succes. Een rijke ervaring.
lieve groepjes Dee
LikeGeliked door 1 persoon