Het was ongeveer 1000 kilometer. Een route door de bergen en langs de kust met als einddoel: Hanoi. Start: Hoi An. 6 dagen rijden op een scooter.
Dit was niet helemaal het plan
In Dalat ontmoette ik Cali, een Amerikaanse. Ze had een scooter gekocht in Ho Chi Minh en ze was onderweg naar Hanoi. Deze manier van reizen had ik nog niet eens overwogen, maar hoe ze er over vertelde was zo indrukwekkend. Die dag daarna ontmoette ik Ramon. Ook hij reisde door Vietnam, maar dan op de motor. ‘Het gevoel is niet te beschrijven. De wind in je haar, de zon in je gezicht en de weg ligt voor je open. Je kan overal naartoe, je bent vrij.’ Als een peuter die luistert naar een verhaaltje van Dikkie Dik, zo luisterde naar de verhalen van Cali en Ramon. ‘Je zou het eens moeten proberen, al is het maar een dagje?’ Toen hij dat zei vond ik het een giller. Ik op zo’n apparaat, dat gaat fout. ‘Man, ik ben drie keer gezakt voor m’n rijbewijs en ik heb nog nooit op zo’n ding gereden’.
Later in Hoi An ontmoette ik Ramon opnieuw. Hij zou van Hoi An doorreizen naar Hue. Een populaire route om op de scooter/motor te bereizen. ‘Je kan mee? Het is maar een dag. Ik navigeer.’ De volgende dag (en de vijf dagen daarna) zat ik op de scooter. Niet van Hoi An naar Hue, maar van Hoi An naar Hanoi. Een ervaring om nooit meer te vergeten.
Ho Chi Minh trail: De Vietnamese bevolking van heel dichtbij
‘Hello! Hello!’ Vol enthousiasme renden de kinderen naar de zijkant van de weg. ‘High-five!’ (Dat probeerde ik dan nog maar niet voor eigen veiligheid, maar met een glimlach van oor tot oor begroette ik deze lieve mensen). Alsof de kinderen ons van de verte zagen aankomen. Zo ontzettend vriendelijk en zo enthousiast. Maar vooral zo heerlijk kind. Vuile broek en spelend op straat.

Voor een groot deel zijn we over de Ho Chi Minh route gereden. Een weg aan de westelijke kant van Vietnam. In de Vietnam oorlog zou deze weg zijn gebruikt voor het vervoeren van goederen en wapens van de ene naar de andere kant van Vietnam.
Op deze weg is bijna geen vrachtverkeer en auto’s zijn er weinig. Het is indrukwekkend wat je wel op de wegen ziet. Koeien komen zo nu en dan in een kudde langslopen en de waterbuffalo’s trekken zware karren vooruit. Het is ongelofelijk puur en ontzettend mooi. Alles wat je zag was net een klein schilderijtje.


Er steken geiten, katten, kippen en honden uit het niets over en zwijnen waren vaak te zien aan de zijkant van de weg. Als je naast je keek zag je vele rijstvelden. De Vietnamese vrouwen stonden voorover gebogen, met de typisch Vietnamese hoed, in de velden te werken. Hello Vietnam ✨
Idyllisch
We moesten nog ontbijten. De nacht daarvoor waren we in de avond gestand bij een tankstation ergens op de Ho Chi Minh trail. Het was al donker en er was geen straatverlichting. De dichtsbijzijnde stad was op twee uur rijden. ‘En nu?’ Met de, beste uitvinding ooit, google translate app probeerden we uit te leggen dat we een slaapplek nodig hadden. De vrouw knikte pakte haar mobiel en belde een nummer. Weer in heerlijk schreeuwend Vietnamees communiceerde ze met de persoon aan de andere kant van de lijn en binnen twee minuten hing ze op. Met handen en voeten maakte ze ons duidelijk dat er een kleine guesthouse te vinden was op 3 km afstand (het is nog altijd de vraag of het dan ook daadwerkelijk 3 km is, of het is in de Vietnamese communcatie 500 meter of 10 km). Deze keer viel het mee, op een kilometer rijden zagen we weer een straat met huisjes. Een straat niet langer dan 40 meter. En inderdaad, een heel klein hotel met ik schat niet meer dan vier kamers was aanwezig. We parkeerden Donna en Frits (je geeft je motor danwel scooter een naam 😅). De inwoners zwaaiden naar ons en kwamen stiekem om het hoekje kijken. ‘Hello! Hello!’
De volgende dag hadden we vier broodjes, wat groenten en kaas bij elkaar weten te sprokkelen in het dorp. We bewaarden het nog even en gingen opzoek naar een goede plek om te ontbijten. Langs de weg zagen we een meer. We liepen naar beneden en wat was het mooi, idyllisch om eens chique Nederlands te gebruiken. Met een waterbuffalo grazend in het gras, spiekende kinderen boven aan de berg en een vrouw met haar baby in de draagzak werkend op het veld, dat was wat ik zag toen ik in alle rust mijn broodje tomaat met kaas at. 


‘Believe me, you can trust the Vietnamese people’
Maar je rijdt alleen ergens in Vietnam, en je scooter gaat kapot? Wat doe je dan? Vroeg ik aan Cali. ‘I know, it’s terrifying! But believe me, you can trust the Vietnamese people. They will help you whenever.’ Misschien ben ik wantrouwend, maar ik kon het me nog niet voorstellen.
Het was op route tussen Hoi An en Phuong Nha. Ramon was al een stuk vooruit. Ik reed op m’n scootertje in het avondzonnetje, met de muziek in m’n oren en de weg was vrij. Ge-nie-ten. De weg ging wat bergafwaarts maar gaf nog ietwat gas. Toen de weg weer vlak werd, stond ik stil. Ik hoorde de motor wel, maar ik kwam niet meer vooruit. Daar stond ik dan op een lege weg met een grijns van oor tot oor te denken: ‘oh, hoe dan El’. Ik herstartte de scooter, wellicht kon dat helpen? Weet ik het.. Ik heb ook totaal geen verstand van dat apparaat. Twee dagen daarvoor reden we naar Hue. In de namiddag naderden we een tunnel: ‘Elk, vergeet je licht niet!’ Maar waar zit die lichtknop dan?!
Voordat ik überhaupt was begonnen met het bedenken van een plan van aanpak, was er al een Vietnamees gestopt die langs kwam rijden. Het duurde nog geen drie minuten. Cali had gelijk.
Niet veel later zaten we lokale mechanic. Wat bleek de distributieriem (?), oftewel de ketting was versleten.
Ja het was een giller.
Het was onwijs bijzonder om te zien hoe de mechanic te werk ging. Hij had een kleine rode emmer gevuld met wat schroefjes en gereedschap. Zo nu en dan rommelde hij in het emmertje, pakte er wat uit en knutselde verder aan de scooter. Soms schreeuwde hij iets in het Vietnamees naar z’n ‘collega’, die daarna gelijk op de scooter sprong en weg reed. Hamsterend kwam hij terug met de materialen uit het dorp, die nodig waren voor het repareren van de scooter.
Zijn handen waren zwart van de olie en zaten onder het eelt. Zonder handschoenen schroefde hij de hete onderdelen van de motor los. 
We zaten daar ruim twee uur. We waren beland in een klein dorpje ergens op de Ho Chi Minh route. Zo nu en dan kwamen er steeds meer inwoners uit het dorp een kijkje nemen. Twee blanken en een kapotte scooter is natuurlijk sensatie. 
Ambacht
De dag na de eerste reparatie was het weer mis. Deze keer ging hij niet meer aan.
En ook nu.. ik stond nog geen vijf minuten aan de kant van de weg en er waren al drie Vietnamezen mijn kant opgekomen om te helpen. Die middag vertoefden we opnieuw bij de mechanic. Er zijn onwijs veel mechnics in Vietnam. Het is bijzonder om te zien dat jongens van een jaar of 11-12 al met hun vader meekijken hoe hij de motor repareert. De kennis wordt op deze manier, volledig vanuit de praktijk, aangeleerd.
Een koud biertje
We hebben Hanoi bereikt! Het was prachtig maar ook pittig soms. Soms door de regen, en doorweekt en koud aankomen op de bestemming. Ook na meer dan 6 of 7 uur te hebben gereden voelde je je lichaam zeuren. Maar je weet, nog even en dan staat er een koud biertje klaar (of warm, ligt eraan waar je bent) en dat is goud! Proost op the long and winding road!
En Ramon jij ook bedankt voor alles (zonder jou stond ik nu waarschijnlijk ergens verloren aan de straat in China? Of Cambodja ofzo).


