‘Je moet gewoon gaan’

Welcome to Vietnam!’ zegt Tom, een Engelse jongen, als we een hotpot met seafood geserveerd krijgen in een Vietnamees straatrestaurantje. Oftewel ‘seafood’, op de drie garnalen na konden we niks herkennen van wat er in de pan zat. Samen met drie Engelsen, een Amerikaanse en Eva zaten we op rode plastic stoeltjes aan de straat van Can Tho uitkijkend op het chaotische verkeer. Met op de achtergrond een klankenspel van de toeters van de scooters in combinatie met het geluid van Vietnamees sprekende locals. 

Voordat ik op dat rode stoeltje zat met een pan vol zee-units, ging daar nog een hele reis aan vooraf. 

Ik vloog op Ho Chi Minh City, hier verbleef ik de eerste nacht in het Lele Hotel. In de avond kwam ik aan en ik besloot een rondje door de stad te gaan lopen. Ik keek mijn ogen uit. Wat een drukte en wat een verkeer. Manouvrerend schieten de scooters over de straten bepakt en bezakt met goederen of familieleden. Niks is hier te gek met wat je kan vervoeren op een scooter. Deze dagen zag ik een man die zijn drie honden (los) voor op zijn scooter had zitten. Ook is het normaal om met het volledige gezin de scooter te pakken. De baby voor in het zitje, pa achter het stuur, een peuter staand achter pa met zijn handen in pa’s nek en ma zittend achter vader die met een hand de peuter vasthoudt en met de andere hand haar hoed. Ook vervoeren mensen hier goederen op de scooter, waar wij in Nederland gelijk een auto of busje voor zouden gebruiken. Een scooter vol gepakt met karton of met een tiental aan waterbins, elk gevuld met 20 liter water. Ik voel me al een acrobaat als ik mijn weekendkoffertje weet te vervoeren op mijn fiets in Utrecht.


Na mijn overnnachting in Ho Chi Minh zou ik verder reizen naar Can Tho. Het vrouwtje van het hotel liep met mij naar buiten en sprak op straat een random man aan, ze brabbelde wat in het Vietnamees en liep weer naar binnen. De onbekende wenkte mij en hielp mij met het oversteken om bij de taxi aan de overkant te komen (blijkbaar had deze vrouw een dusdanige mensenkennis dat ze wist dat als ik alleen zou oversteken waarschijnlijk drie botbreuken zou oplopen). Om 13.00 zou ik met een andere bus naar Can Tho reizen. Het was net 12.00 geweest maar blijkbaar was ik ‘alr(l)eady too late’ volgens het hotelvrouwtje. Ik zag het probleem niet zo, naar mijn mening was er nog geen reden tot paniek. De taxi bracht mij naar de bus die mij naar Can Tho zou rijden. Het bleek dat hij zou al om 12.30 zou vertrekken (het was een kleeeeine miscommunicatie), maar ondanks alles was de bus gehaald.

Gedurende de busreis heb ik verschillende momenten gehad dat ik dacht dat we per direct een auto ongeluk zouden krijgen. Scooters rechts, links, voor, achter. Rechts inhalen, links inhalen, ‘nee daar past deze bus toch niet tussendoor? Oke. Prima. Dat is dus wel mogelijk. En dan heb je ook nog de fijne rotondes in Vietnam. De rotonde is hier een ronde weg zonder lijnen of verkeersborden gevuld met tientallen vervoersmiddelen tegelijkertijd. Het is te vergelijken met het Keizerkarelplein in Nijmegen dat wordt bereden door enkel en alleen buitenlanders die er niks van begrijpen. 


Na een drie uur durende reis kwam ik in het vrijwilligershuis in Can Tho aan. Hier werd ik opgevangen door Phuong, hij is de ‘manager’ van alle projecten. Hij liet mij de buurt zien en nam mij mee achter op zijn scooter door Can Tho (ik deed alsof de helm paste). Daar zat ik dan achterop bij een lokale Vietnamees, scheuren over de wegen van Can Tho (in het avondzonnetje). Het was fantastisch. Met een glimlach van oor tot oor reed ik over de wegen.

Terugkomend in het vrijwilligershuis ontmoette ik Eva, ook zij is hier in Can Tho om een aantal wekenvrijwilligerswerk te doen. Een hele lieve spontane meid en ze nam mij gelijk mee op sleeptouw. Die avond hadden we al een project op de planning staan. Lesgeven aan de nonnen. Wat betekende dat we met de fiets naar de locatie moesten gaan. Oftewel, ik was nog maar net van de schrik bekomen en ik moest met mijn links/rechts handicap gaan deelnemen in het Vietnamese verkeer. Ik en Eva naderde de hoofdweg: ‘Je moet gewoon gaan!’ Met dezelfde snelheid waarop ze op de ‘rustige’ straat fietste schoot ze voor de scooters, ik volgde met klamme handjes.


De regel in het Vietnamese verkeer is dat er eigenlijk geen regels zijn. Het is een kwestie van manouvreren en zigzaggen tussen de regenboog aan auto’s en scooters en daarbij zorgen dat je niet wordt aangereden. Het is eigenlijk erg simpel. Maar met dat fietsje zat ik diezelfde avond wel mooi aan de overwinningsmaaltijd: de hotpot gevuld met ‘seafood’. ‘Welcome to Vietnam’, gewoon gaan!

4 gedachtes over “‘Je moet gewoon gaan’

  1. Zo leuk om te lezen Elkie! Je doet het super en ik ben blij voor je. Echt gek hoe herkenbaar dit allemaal is, maar juist wel fijn dat we elkaar dan zo goed kunnen snappen.
    Dikke knuffel!

    Geliked door 1 persoon

  2. Wat superleuk om je ervaringen mee te kunnen beleven!!
    Veel plezier en overgetelijke ervaringen gewenst, grtjs van je ‘oude’ buurvrouw vd Groesbeeksedwarsweg

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Pellie Reactie annuleren